Midden onder u #advent
Geschreven door Reinhold Philipp
‘In uw midden is iemand die u niet kent’, zegt Johannes de Doper in het eerste hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes. Hij voelde zich door God ‘gezonden om van het licht te getuigen.’ Huub Oosterhuis schrijft in een lied: ‘Midden onder u staat Hij die gij niet kent. God is ons rakelings nabij, wonend in ons midden.’ Hij is al gekomen, hij is al in ons midden, maar wij weten niet wie het is. Beelden op stadspleinen en in parken herinneren vaak aan mensen, die met hun muziek of poëzie of hun ideeën en idealen, licht hebben gebracht in de duisternis van mensen. Bekende en minder bekende mensen. Het beeld van de Canadees Timothy Schmalz toont op het eerste gezicht een onbekende dakloze die op een bank ligt te slapen of te rusten. Het doet mij denken aan de vele mensen die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, voor onderdrukking en armoede, aan de ontelbaar velen die om welke reden dan ook geen dak boven hun hoofd hebben, geen huis, geen beschutting tegen verzengende hitte, wind, regen of kou.
Gekruisigde Jezus
We zien niet wie het is, man of vrouw, jong of oud, maar aan de wonden aan de voeten herkennen we de gekruisigde, Jezus. ‘De vossen hebben holen, de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plek waar hij zijn hoofd te ruste kan leggen’, waarschuwt Jezus een wetgeleerde die tegen hem zei: ‘Meester, ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ (Mattheüs 8:19.20) Dat hij hem ‘Meester’ noemt maakt duidelijk, dat hij Jezus ziet als iemand die hem iets kan leren, die hem de weg kan wijzen die hij moet gaan. Hij is op zoek naar zingeving en wil Jezus volgen. Vaak doen we -bewust of onbewust- ons best om de vragen, die onrust teweeg kunnen brengen, te onderdrukken. We leven verder op de manier waaraan we gewend zijn en die ons een gevoel van rust verschaft. Soms wordt die rust overhoop gehaald: je wordt hopeloos verliefd of door een onverwachte grote tegenslag getroffen. Christa Anbeek noemt het ‘contrast- of grenservaringen’: momenten in het leven waarop het vanzelfsprekende niet meer vanzelfsprekend is en je de kwetsbaarheid van het bestaan ervaart. Het zijn diepe ervaringen die de alledaagse betekenisgeving overstijgen en door de war gooien. Contrastervaringen kunnen breukervaringen zijn, ervaringen van verlies en gebrokenheid, maar ook ervaringen van schoonheid, ontroering en troost.
Hem volgen
Volgens de evangelist Lukas werd Jezus geboren in een stal en in doeken gewikkeld in een voederbak gelegd. Jaren later stierf hij buiten de stadsmuren eenzaam en verlaten aan een kruis. Het volgen van Jezus en zijn boodschap kan gemakkelijk weerstand oproepen. Wie hem wil volgen, zo waarschuwt Jezus nadrukkelijk, moet klaar zijn om – zoals hij – het kruis op zijn schouders geladen te krijgen. Jezus roept degenen die hem willen volgen op tot ‘meer’. Wie hem volgt zal niet rijk of machtig worden. Wie hem radicaal wil volgen, zal misschien net als hij ‘dakloos’ zijn.

‘Homeless Jesus’ Timothy Schmalz (Canadees kunstenaar)
via Wikimedia Commons
Gelaat van God
Paulus schrijft in zijn tweede brief aan de Korintiërs: ‘God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen”, heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.’ (2 Korintiërs 4:6) In het gezicht van Jezus, zegt Paulus, zien wie iets van God. In de dakloze Jezus zien we iets van ‘het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust’, zoals de remonstrantse belijdenis van 2006 het verwoordt. Wordt de zin van het leven niet zichtbaar, zegt Emanuel Levinas, in de ogen van de ander, in het appel dat de ander op ons doet? In de taal van de christelijke overlevering krijgt ‘het reële’, waar de Sloveense filosoof en psychoanalyticus Žižek over spreekt, gestalte op een manier die alle eeuwen door onvergetelijk is gebleken. Met talloze woorden, begrippen en beelden hebben gelovigen het aan elkaar overgedragen: het gelaat van een gepijnigd mens die het lot van de meest verachten deelde. In Jezus woorden en daden was de betekenis van het woord ‘God’ concreet geworden, zichtbaar en voelbaar.
In zijn hertaling van Psalm 146 schrijft Karel Eijkman:
Waar is God te vinden?
Als ergens iemand voor elkaar weet te krijgen
dat wie verblind is weer zicht kan krijgen
en wie verdoofd is gehoor vindt;
dat wie sterft van de honger eten kan vinden
en wie klem zit toch los komt;
dat wie eruit ligt binnengehaald kan worden
en wie gebukt gaat zijn rug weer recht;
dat wie alleen is wordt opgevangen
en een kind op straat beschermd is,
dan kan God niet ver zijn.

